Noise is de grootste bullshit die er is

February 21, 2018

Noem ze vooral geen smerige, stampende noiserockbands, maar met Crowd of Chairs en Partisan heeft Snuffel ontegensprekelijk gekozen om op 28 februari twee harde bands te programmeren. Omdat Crowd of Chairs steeds vaker als een van dé in de gaten te houden alternatieve bands uit België wordt getipt, ging BLVRD naar hartje Gent voor een interview met bassist Benjamin Caes en drummer Manu Mahie.

 

Kunnen jullie voor de lezers die jullie nog niet kennen een korte Crowd of Chairs 101 geven? Hoe zijn jullie precies begonnen?

Manu: “Toen ik in nog in Brugge woonde, had ik een demo opgenomen voor Deer, de vorige band van Mitch en Benjamin. Zo ben ik vaak naar shows van Deer gegaan en toen die band begon leeg te bloeden is Mitch afzonderlijk muziek beginnen te maken. Dan heeft hij Benjamin erbij genomen en na

een tijdje ben ik erbij komen drummen.”

 

 

 

Fuck Fuck Fuck, jullie eerste langspeler, werd erg goed ontvangen en kreeg overal lovende recensies. Indiestyle noemde jullie een van hun 30 favoriete Belgen van 2017, Cutting Edge vond Fuck Fuck Fuck een van de beste vijf undergroundalbums van dit jaar en ook Red Bull Music nam jullie op in hun Belgische top 10 van 2017. Zijn jullie zelf veel bezig met wat over jullie geschreven wordt?

Benjamin: “Ja, maar ik vind wel dat heel veel van wat de muziekpers in België uitbrengt slecht geschreven is. Zeker als het over een harder genre gaat, dan lees je vaak dezelfde synoniemen zoals ‘smerig’ of ‘stampend’ en dat steekt wel tegen. Natuurlijk voel ik me er wel door geflatteerd, maar aan de andere kant vraag je je dan af dit echt terecht is. Ik sta uiteraard achter het album en we hebben er hard aan gewerkt, maar als ik persoonlijk dé tien platen uit 2017 zou moeten kiezen, zou ik Fuck Fuck Fuck daar niet bij rekenen. Toch is het leuk dat je ziet dat andere mensen het album appreciëren en aanprijzen, want we hebben die influencers die ons steunen wel nodig. We spelen namelijk iets dat echt in een niche zit en het is niet altijd gemakkelijk om ook het bredere publiek te bereiken.”

 

"We zijn allemaal heel sereen en totaal geen zwartgallige metaldudes of zo, maar ik denk dat er soms wel veel anger diep in ons zit."

 

Jullie muziek wordt gemakshalve vaak in de categorie van de noise gestoken, maar op Fuck Fuck Fuck zijn invloeden van zeer veel verschillende genres te horen. Het lijkt ook alsof deze mix voor jullie heel organisch ontstaat en de opnames bijna improvisatiestukken zijn.

Manu: “Noise is de grootste bullshit die er is. Alé, noise wat is dat? Als ik aan noise denk, dan denk ik aan euh …”

 

Benjamin: “Van die Japanse wacko’s.”

 

Manu: “Ja! Het is gewoon een term. Noise bestaat al sinds de jaren 50. In The Guardian stond ooit een stuk over de Vlaamse noiserock en de andere kranten zijn allemaal op die term gesprongen waardoor ook wij nu in elk interview de vraag krijgen wat noiserock precies is. Maar om op je vraag te antwoorden, het is inderdaad de grootste tegenstelling van de plaat. Het lijkt allemaal heel fragmentarisch alsof het ene nummer niets te maken heeft met het andere en we zes riffs in één nummer spelen, alles door elkaar en van de hak op de tak. Toch komt dit heel spontaan naar boven. Iedereen bij ons heeft een andere achtergrond en wanneer we spelen, komt alles waar we afzonderlijk naar geluisterd hebben er plots uit. Dat is zowel het rare als het leuke aan met anderen samen spelen.”

 

Benjamin: “Die drie verschillende achtergronden zorgen ervoor dat onze sound net iets anders klinkt. Manu komt uit trashmetalbands, ik vind het leuk om die postpunkvibe erin te krijgen en niet altijd heel rechtdoor te gaan terwijl mitch gewoon heel agressief speelt.”

 

Welke bands en andere inspiratiebronnen zien jullie zelf als een belangrijke invloed?

Manu: “Het meest overlappende zijn dingen als Liars, Metz, Thee Oh Sees, Slint …”

 

Benjamin: “Anderzijds leggen we soms artiesten op zoals Nicolas Jaar, maar niet dat we daar rechtstreeks door beïnvloed zijn. Ik denk denk trouwens dat er ook compleet andere inspiraties zijn. We moesten onlangs een nieuwe bio schrijven en we hebben als kenmerk een gevoel toegevoegd. Iedereen herkent het gevoel dat je hebt wanneer je in de rij staat aan een kassa en er een kind aan het blèten is en ambetant aan het doen is. Je denkt constant ‘Ik wil hier niet staan, verdomme!’ Als ik dat heb wanneer ik bijvoorbeeld met mijn vriendin sta aan te schuiven, dan zeg ik wel eens: ‘Als je nu een geweer zou hebben, wie zou je dan het eerst afknallen?’ Ook dat is een invloed.”

 

Manu: (lacht) “Een oprechte invloed inderdaad.”

 

Benjamin: “We zijn allemaal heel sereen en totaal geen zwartgallige metaldudes of zo, maar ik denk dat er soms wel veel anger diep in ons zit.”

 

 

 

Fuck Fuck Fuck werd uitgebracht door het jonge platenlabel en boekingskantoor Live Fast Die Young dat erg actief is in Gent. Hebben jullie bewust gekozen voor een relatief jong label?

 

Benjamin: “Dit collectief werd opgestart door Deer samen met Joppe, de bezieler van LFDY. Toen Crowd of Chairs begon, viel onze eerste show samen met een van hun eerste showcases. We zijn dus voor een lange tijd close geweest en we hebben nooit echt nagedacht over die samenwerking. Toen we een album wilden maken, zei Joppe plots dat hij met LFDY ook een label begon en daarna ging alles vanzelf.”

 

Manu, je eerste muzikale projecten waren nog in Brugge, maar nu ben je vooral actief in Gent waar de ene na de andere alternatieve band lijkt door te breken. Wat is het grote verschil met Brugge?

Manu: “Ik wou dat ik in Houthave of zo was geboren. Op het platteland, weg van alle invloeden, zal er volgens mij betere muziek gemaakt worden dan in de stad. Kijk, in Brugge is er weinig dus je moet beginnen met wat je hebt. Kom je in Gent, dan heb je plots alles en er zijn dan ook superveel muzikanten en bands. Brugge is gewoon een kleinere stad.”

 

Aan de andere kant zijn er in België grotere steden dan Gent die toch een minder bruisende muziekscene hebben, zeker in het genre dat jullie spelen.

 

Manu: “Ik denk dat het veel te maken heeft met Gent als stad die heel veel mogelijkheden biedt om muziek te spelen. Er zijn veel plaatsen om te repeteren en veel podia.”

 

Benjamin: “Laagdrempelige podia ook.”

 

Manu: “Inderdaad. Dit in combinatie met de West-Vlaamse achtergrond hier. Als je het bijvoorbeeld vergelijkt met Limburgers die naar Leuven of Antwerpen gaan, dan nemen ze een heel andere achtergrond mee. Om het extreem te stellen: een West-Vlaming speelt met zijn rug naar het publiek, meestal omdat hij onzeker is en stoer probeert te doen. Een Limburger zal met ballonnen, taart en confetti smijten om daarna een polonaise te doen.”

 

Benjamin: “Ik denk dat het ook komt omdat je bijvoorbeeld slechts twee dagen in Gent moet zijn en één keer op café moet zeggen dat je een band hebt en hup, je bent een Gentse band. Je moet eens kijken naar alle zogezegd Gentse groepen en je zal zien dat drie vierde daarvan West-Vlamingen zijn. Moeten wij dan zeggen dat we niet echt een Gentse band zijn? Nee, ik laat ze maar doen.”

 

Manu: “Een ander verschil met Brugge is dat de shows in Brugge vroeger ‘gemener’ waren. Bij een echte Shreddershow liep iedereen met hun kap op tot ze binnen waren alsof ze niet gezien wilden worden en dat vond ik wel cool. Hier in Gent kan je het van de daken roepen dat je naar zulke optredens gaat en iedereen vind dat oké. Ergens vind ik dat het wel bij de muziek past dat je stiekem in een kelder achteraan in een café moet spelen zoals in Brugge of andere kleinere steden waar ze het minder normaal vinden wat we doen. Want eigenlijk is het ook niet helemaal normaal. Mocht je op straat beginnen te schreeuwen en met dingen gaan smijten zouden de mensen nogal kijken.”

 

Je zei daarnet dat het belangrijk is dat je laagdrempelige plaatsen hebt waar je kan spelen. Heeft Brugge dit te weinig?

Benjamin: “Cactus is een heel coole organisatie, maar is volgens mij niet echt laagdrempelig. Zij gaan natuurlijk niet om het even wat programmeren. Wat Brugge misschien mist zijn vier of vijf cafés in de binnenstad zoals Snuffel waar je ongeveer wekelijks een show hebt. Hierdoor hebben jonge bands meteen een drijfveer om ergens te spelen en zal er waarschijnlijk een hiërarchie ontstaan zodat ze eerst in dat café, dan in dat andere, grotere café willen optreden enzovoort. Er is nu niet echt een circuit dat die jonge bands toelaat iets op te bouwen, denk ik.”

 

Wat zijn de nabije toekomstplannen voor Crowd of Chairs?

Manu: “We zijn volop bezig met de nieuwe plaat en we spelen momenteel ook redelijk wat shows.”

 

Benjamin: “We staan eerst in De Kreun (02/02) en in Rotterdam (03/02), dan in de Trix (10/02), erna is er een show in Zele met Cocaine Piss (24/02), dan komen we naar Snuffel en ook Desertfest in Londen staat nog op het programma.”

 

 

Crowd of Chairs speelt op woensdag 28 februari in ‘Snuffel Hostel’ samen met Partisan (post-punk geïnspireerde sound). De avond start om 20 u. en is gratis! Meer info hier.

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload